Portugal

Ik kom graag in Portugal. Vooral in het gebied boven Porto, de Minho. Een gedeelte van het land met vriendelijke mensen, die niet zoveel praten. Een groot deel van de bevolking leeft hier van het voedsel dat zij verbouwen. Portugal is ook het land van de jonge groene wijnen, de Vinho Verde en natuurlijk het land van de Port. Nooit eerder heb ik port gedronken zo lekker als in Foz-Côa. De vader van een vriendin had een Quinta waar een uitstekende port vandaan kwam. Wanneer daar een fles van open ging, dronken we deze met z’n tweeën leeg. De tweede ook. Dessertwijnen zijn in Portugal van uitzonderlijke kwaliteit. Ook daar dronk ik van door. Lekker was het allang niet meer, maar die zoete wijn moest op.

Vanochtend belde ik mijn collega-schilder en vriend Mario om een eetafspraak te maken. Na dit gesprek dacht ik aan een van onze uitstapjes ruim zes jaar geleden.

De midden-en bovenklasse rijdt auto en eet in restaurants. Mario neemt mij op sleeptouw. We moeten netwerken en dat betekent in Portugal, veel lunchen en dineren. We zijn op weg naar Chaves en pauzeren bij een bar naast een benzinepomp. De mannen aan de bar drinken een klein glaasje aquardente bij de koffie. Een soort bijkomertje schat ik in..  Mario neemt alleen koffie. In dunne hoge champagneglazen schenkt de barman Vinho Verde uit de tap. Dit is een lichtgroene jonge wijn van ongeveer 11 procent. Je drinkt het als limonade en de bubbeltjes spatten vrolijk tegen je verhemelte. Het is een heledagdoor-drankje.. en het wordt geschonken in champagneglazen. Zó’n glaasje willen wij ook wel. Na drie flutes vinden we het voor nu genoeg. We rijden door en tegen lunchtijd arriveren wij in Chaves. We checken eerst in bij een hotel en gaan naar het restaurant waar wij de lunchafspraak hebben.
Bij de lunch wordt er meestal witte wijn gedronken. Liefst een branco Maduro, bij voorkeur uit de Alentejo, want dat zijn de rijpere  witte wijnen  rond de 13 procent. Per twee personen zeker anderhalve fles. Het eten is eenvoudig. Eerst enkele dungesneden plakjes presunto, een  gedroogde ham, daarna bacalhou met rijst. Er blijft slechts een bodempje in de fles achter. Na de lunch is er natuurlijk koffie. Koffie met een enorme bel Licor Beirão. Een kruiden likeur, waarvan men zegt dat deze zeer geneeskrachtig is vooral bij pijnen in de buik. Hoe dan ook, ik bestel een glas. Het wordt geserveerd in het grootste cognacglas wat je nog kunt vasthouden. Op de bodem klotsen de ijsblokjes en het glas is ongeveer half gevuld. Ik hou van Spanje en Portugal om die reden. Geen Hollands afgemeten gedoe met sterke drank . Nee, gewoon veel! Heerlijk. Mario neemt aguardente. Vuurwater. De walm komt in m’n neus. Het is een harde straffe geur. De Beirão smaakt me goed. Na drie van die bellen is het effect daar. Ik lach om alles, de bek in een grimas met de mondhoeken omhoog. Ik gloei en krijg het warm en dan wil ik eigenlijk alleen nog maar liggen. Proestend van het lachen en met de armen om elkaars schouder slingeren we naar het hotel.  Na een middagslaapje in het hotel word ik wakker met een droge mond. M’n tong lijkt dik. Een lichte hoofdpijn dient zich aan; het begin van een kater. Ik klop op de deur van de kamer waar Mario slaapt. Mario loopt rond en heeft een koud biertje ingeschonken. Dit lijkt mij een uitstekend idee. Ik open de deur van de minibar, trek er een flesje uit en open het met de achterkant van een mes. Ik schraap m’n keel en neem een slok.
’S Avonds wordt er meestal thuis bij iemand gekookt en gegeten. Een vriend van Mario woont met zijn gezin in Chaves. We kunnen er naartoe lopen. Flessen rode wijn uit de Douro-streek staan ontkurkt klaar. We gaan weer door, maar nu met vooral de rode wijn. We praten, eten, drinken maar ik maak de avond amper mee als gevolg van de uitgebreide lunch. Vaag herinner ik  mij een ritje met de taxi. Tollend plof ik neer op bed en raak weg. ‘S nachts word ik wakker met m’n kleren nog aan. Ik kleed mij uit en schuif tussen de lakens. Ik zweet als een otter en lig de komende uren te draaien en met mijn benen te schoppen.

Mijn telefoon gaat. Ik neem op en ben weer in het heden.

Hoe heb ik dat toen volgehouden, denk ik dan. Nu ik niet meer drink heb ik geen katers , geen geheugenverlies, geen gêne over dingen die ik heb gezegd en gedaan. Ik heb nu in volle bewustzijn gesprekken aan tafel en het maakt mij ook niet uit of iemand anders wel of niet drinkt. Ik ben blij dat ik er vanaf ben, maar af en toe mis ik het lekkers dat nog lekker is tot en met de eerste twee glazen.

 

Reageer reacties (0)
LEES MEER...