Mijn medicijn

Gedachten die rennen. Ze blijven maar komen. Over belangrijke dingen. Over de grootste onzin. Over jou en over mij. Overdags. ‘s Nachts als ik wil slapen. Het is alsof ik in een sneltrein zit, die maar door raast. De rem doet het niet, of ontbreekt volledig. Ik word gillend gek. Ik snap het wel, mensen die met hun hoofd bonken. Tegen de muur. Alles om dit te stoppen. Ik. Wil. Rust.

Als je hoofd altijd zo voelt, dan snap je wel dat ik zo nu en dan naar een jointje snak. Het brengt mij rust. Helderheid. Het lijkt wel alsof ik me beter kan concentreren. Mijn maten niet, die worden er alleen vaag van. Da’s ook lachen, daar niet van. Soms rook ik er eentje als ik nog moet studeren voor een tentamen. Dat helpt.

Met dit verhaal kwam Jules bij mij. Ik vroeg hem hoe lang hij al concentratieproblemen had. Hij gaf aan dat dit al was zo lang hij zich kon herinneren. Inmiddels was zijn hasjgebruik echt uitgegroeid tot een verslaving. Het leek wel alsof hij er steeds meer van nodig had. En het liep ook in de kosten. Hoewel hij al lang zijn zinnen gezet had op een nieuwe scooter, kwam het er maar steeds niet van. Elke maand was het geld toch weer op, zei hij. Hij kwam bij mij om te vragen of ik hem kon helpen met zijn verslaving. Hij had het nog nooit zo benoemd. Maar hij kon er zelf niet meer omheen. Een verslaving is als je niet meer zonder iets kunt.

We spraken over de jaren op school. Dat hij naar een lager niveau moest. Met zijn vingers in zijn neus vmbo en later mbo. Last hebben van saaiheid, geen aansluiting vinden. ‘Ik heb er eigenlijk wel de hersenen voor, om hbo te doen’, gaf hij aan. Maar het lukte hem gewoonweg niet om het te plannen, om het voor elkaar te krijgen. ‘De joints hielpen me.’ Omdat hij ook steeds slechter in zijn vel ging zitten en teleurgesteld was over zijn eigen schoolprestaties, kregen de joints een steeds grotere rol in zijn leven.

‘Ik stopte met school en schopte tegen de maatschappij.’ Hij gaf aan dat hij zich niet gezien voelde, niet gehoord door leerkrachten, door zijn ouders. Hij is gaan werken achter de kassa. Schouderophalend. ‘Het boeide me allemaal niet meer.’ Maar sinds een jaar heeft hij een vriendje. Hij heeft hem doen inzien dat er meer in zit. Dat heeft hem doen besluiten om toch de stap te zetten naar de huisarts.

Jules begon bij de huisarts. Daar gaf hij aan dat hij graag met iemand wilde praten. Zo kwam hij bij mij. Via mij is hij doorverwezen voor behandeling van zijn verslaving en voor psychodiagnostisch onderzoek. Hij kwam erachter dat hij de joints gebruikte als zelfmedicatie. In plaats daarvan krijgt hij nu psychofarmaca. Dat gebruikt hij alleen indien nodig. Hij heeft inmiddels zijn verslaving achter zich kunnen laten en  heeft een hbo studie opgepakt. Zijn vriend is een blijvertje. Af en toe komt hij nog bij mij om te vertellen hoe het gaat, zo zonder zijn medicijn. Het gaat goed. 

 

Reageer reacties (1)

Anna(03. april 2017)

Fijn voor Jules dat hij de stap naar jou heeft gezet en dat het nu goed gaat met hem.

LEES MEER...